En hoe je de veiligheid van je cliënt écht waarborgt
Het delen van casuïstiek hoort bij professioneel werken. Het helpt om te reflecteren, om van elkaar te leren en om betere keuzes te maken in complexe situaties. Toch zie ik in de praktijk dat het delen van casuïstiek regelmatig gepaard gaat met fouten — vaak onbedoeld, maar met potentieel grote gevolgen.
En juist daar raakt het de kern van ons vak: privacy is geen formaliteit, maar een belofte. Veiligheid is geen bijzaak, maar de basis.
In dit blog neem ik je mee in een aantal veelgemaakte, praktische fouten én hoe je ze voorkomt.
1. “Ik heb alles geanonimiseerd… toch?”
Een van de meest voorkomende misverstanden: denken dat casuïstiek veilig is, omdat namen zijn weggelaten.
Maar anonimiseren gaat verder dan dat.
Herkenbare details zitten vaak in:
-
- leeftijd en gezinssamenstelling
-
- specifieke gebeurtenissen
-
- woonplaats of werkcontext
-
- bijzondere omstandigheden
Een cliënt is soms al herkenbaar voor een kleine kring als slechts een paar van deze elementen samenkomen.
Wat helpt:
-
- Combineer of verander details (bijv. leeftijd afronden, context aanpassen)
-
- Stel jezelf de vraag: “Zou de cliënt zichzelf hierin herkennen?”
-
- En nog belangrijker: “Zou iemand uit de omgeving de cliënt herkennen?”
Zie ook onze blog over dit We noemen geen naam, AVG geregeld!
2. Delen zonder expliciet doel
Casuïstiek delen “omdat het interessant is” of “even sparren” gebeurt vaak in goede bedoelingen. Maar zonder helder doel vergroot je het risico op oversharing.
Waarom dit een probleem is:
-
- Je deelt al snel meer informatie dan nodig
-
- De focus raakt diffuus
-
- De kans op het schenden van privacy neemt toe
Wat helpt:
-
- Formuleer vooraf een concrete vraag Bijvoorbeeld: “Hoe kan ik omgaan met weerstand in dit traject?”
-
- Deel alleen informatie die nodig is om die vraag te beantwoorden
3. Te veel vertrouwen in ‘veilige’ settings
“We zitten in een besloten intervisiegroep”
“Dit is een professioneel overleg”
Dat klopt — maar dat maakt het niet automatisch veilig.
Risico’s die vaak worden onderschat:
-
- Gesprekken die worden doorverteld
-
- Digitale platforms die niet goed beveiligd zijn
-
- Onbewuste verspreiding van informatie
Wat helpt:
-
- Bespreek expliciet vertrouwelijkheid binnen de groep
-
- Gebruik alleen goed beveiligde systemen
- Leg vast wat wél en niet gedeeld mag worden
4. Schriftelijk delen zonder na te denken over ‘levensduur’
Een mondeling gesprek vervliegt. Een geschreven casus niet.
E-mails, notities en documenten kunnen:
-
- worden doorgestuurd
-
- jaren blijven bestaan
-
- in verkeerde handen terechtkomen
Wat helpt:
-
- Wees extra terughoudend met schriftelijke casuïstiek
-
- Deel alleen wat strikt noodzakelijk is
-
- Controleer altijd ontvangers vóór verzending

5. De cliënt niet meenemen
Transparantie is essentieel voor vertrouwen.
Wat helpt:
-
- Informeer de cliënt
-
- Leg het doel uit
-
- Vraag – waar mogelijk – toestemming
6. Denken dat ‘een klein detail’ geen kwaad kan
Juist kleine details maken een casus herkenbaar.
Wat helpt:
-
- Schrap alles wat niet essentieel is
-
- Focus op patronen in plaats van gebeurtenissen
7. “We hebben toch al toestemming?”
Een hardnekkig misverstand is dat één keer toestemming vragen voldoende is.
In de praktijk hoor ik vaak:
“De cliënt weet dat we casuïstiek bespreken, dus dat zit wel goed.”
Maar zo werkt het niet.
Toestemming is geen eenmalige handeling — het is contextgebonden.
Dat betekent dat je per situatie moet kijken:
-
- Met wie deel ik de informatie?
-
- In welke setting (bijvoorbeeld een sociaal medisch overleg)?
-
- Met welk doel?
Praktijkvoorbeeld
Je bespreekt een cliënt in een sociaal medisch overleg met een bedrijfsarts, een arbeidsdeskundige en een casemanager.
Ook al is die samenwerking “gebruikelijk”:
-
- De cliënt weet vaak niet precies wie er aan tafel zitten
-
- En al helemaal niet welke informatie wordt gedeeld
Wat hoort hier te gebeuren:
-
- Je legt vooraf uit:
-
- met wie je het bespreekt
-
- waarom
-
- welke informatie je deelt
-
- Je legt vooraf uit:
-
- Je vraagt expliciet toestemming voor dit specifieke overleg
En belangrijk:
Bij een volgend overleg of een andere samenstelling vraag je opnieuw toestemming.
Tot slot: Privacy als belofte
Het zorgvuldig omgaan met casuïstiek is geen administratieve verplichting.
Het is een morele verantwoordelijkheid.
Elke keer dat jij een casus deelt, maak je impliciet een belofte aan je cliënt:
“Jouw verhaal is veilig bij mij.”
Door bewuster te delen, versterk je niet alleen de privacy — maar ook het vertrouwen, de professionaliteit en de kwaliteit van je werk.
Reflectievraag
Misschien wel de belangrijkste vraag om jezelf te stellen:
“Zou ik deze casus op deze manier delen als de cliënt naast mij zat?”
En misschien nog scherper:
Als jij niet meer precies weet wanneer je toestemming hebt gevraagd, is de kans groot dat je het opnieuw moet doen.
Geen privacy officer, maar wel een vraag
Behoeft aan een AVG coach
Heb jij vragen over de AVG maak gebruik van ons (betaalde) spreekuur.
Klik hier